Corona in Drenthe: in gesprek met Jacob Bruintjes

Door Kees de Graaf op 24 april 2020

Hoe heeft onze gewestelijk voorzitter Jacob Bruintjes de afgelopen weken beleefd? Ook voor hem kwam de ‘lockdown’ plotseling. Het politieke leven in Drenthe kwam tot stilstand. Gelukkig helpt moderne techniek om contact te houden. Maar ook elkaar ouderwets even bellen blijft nodig. ‘Voor mensen die zelf al niet veel contact hebben, kan dit een lastige tijd zijn.’

Hoe zagen de afgelopen weken voor jou eruit?

‘De dag na de persconferentie van president Rutte waarin hij opriep geen handen meer te schudden heb ik nog een ouderwetse afspraak gehad. Dat was mijn laatste “fysieke” ontmoeting. Daarna is de politiek in een veel langzamer tempo beland. Verder ben ik nog actief in een aantal bestuursfuncties, die gingen wel door. Het was wel zoeken maar al snel kwamen de eerste ideeën op voor digitaal vergaderen, bijvoorbeeld met Teams of Zoom. Wat me wel gelijk opviel: het worden snel vrij zakelijke gesprekken. We missen het praatje op de gang of bij het koffieapparaat. Dat informele contact is echt wel nuttig. Ook daar komen allerlei ideeën uit voort.’

Hoe houd je contact met de mensen om jou heen?

‘De nieuwe media helpen daar gelukkig wel mee. Mijn dochter liet ons via whatsapp haar nieuwe woning in Groningen zien, een virtuele rondleiding. Ook houden we zo contact met mijn schoonmoeder in het verpleeghuis. Twintig jaar geleden zou dat heel anders zijn geweest. Ik weet nog wel dat Wim Kok een keer plaats nam achter een computer en de muis moest bewegen; hij hield hem toen tegen het scherm aan. Dat is nu ondenkbaar. Maar laten we niet vergeten dat er ook een groep is die dat niet heeft. Hier in Borger-Odoorn heeft de PvdA-afdeling een advertentie gezet in het plaatselijke blaadje met telefoonnummers die mensen kunnen bellen. Ook zijn alle 75-plussers gebeld, om te vragen hoe het gaat. Dat zijn prima acties die de afdelingen van de PvdA in Drenthe kunnen doen. Voor mensen die zelf al niet veel contact hebben, kan dit een lastige tijd zijn. Daar staat weer tegenover dat ouderen vaak al het nodige hebben meegemaakt in hun leven. Ik merk juist ook bij jongeren dat zij zich veel zorgen maken: over werk, opleiding, de toekomst.’

Wat gaat de toekomst brengen voor Drenthe?

‘Ik merk dat er veel creativiteit loskomt. In het onderwijs bijvoorbeeld, hoe leraren toch contact weten te houden met leerlingen. Maar ook in de inrichting van kantoren, om maar eens wat te noemen. Wellicht gaan we er wel naar toe dat de ene helft van de medewerkers de ene dag komt werken en de andere helft de dag erna. Het zijn allemaal nieuwe vraagstukken waar nu al over wordt nagedacht. Zelf vind ik de situatie in de verpleeghuizen voor de komende tijd nog het meest spannend. Als daar iets gebeurt, moet er direct actie worden ondernomen. En ingrijpend ook. Ik snap de insteek van het Rijk dat men op dat gebied heel voorzichtig is.’

 

 

[Header: afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay]