Ralph du Long over het nieuwe vergaderen in het Drents Parlement

Door Kees de Graaf op 24 april 2020

Ook voor de politiek in de provincie Drenthe kwam de ‘lockdown’ als een grote verrassing. Hoe kan de democratie toch doorgaan? Ons Statenlid Ralph du Long is vice-voorzitter van het Drents Parlement. Vanuit die functie was hij de afgelopen weken nauw bij het antwoord op deze vraag betrokken: hoe nu verder? Inmiddels wordt er volop geoefend met digitaal vergaderen. 6 mei vindt de ‘première’ plaats. Een interview.

Hoe heb jij de lockdown zelf ervaren?

‘Heel bijzonder. De stilstand vond inderdaad heel erg abrupt plaats. Alle vergaderingen werden in een keer afgezegd. Daarop begon al snel het zoeken naar antwoorden op de vraag: “En nu?”. Het besef drong al vlot door dat deze situatie niet op korte termijn zou verdwijnen en er dus alternatieven noodzakelijk waren. De griffie heeft dat direct heel goed opgepakt. Het was een lastige zoektocht. Fysiek vergaderen was niet meer mogelijk maar wat dan wel? Ook juridisch had dat haken en ogen. Het wachten was op de Noodwet vanuit Den Haag, die werd 10 april aangenomen. Op dat moment waren in Drenthe al alle voorbereidingen genomen om digitaal te gaan vergaderen. Maar dan moesten bijvoorbeeld nog wel alle procedures worden doorgenomen. Het was een heel traject.’

Wat maakt digitaal vergaderen anders dan ‘gewoon’ vergaderen?

‘Een van de belangrijkste zaken is dat digitaal vergaderen meer vermoeiend is. Daardoor geldt: hoe korter hoe beter. Daarom hebben we er bijvoorbeeld gekozen de eerste termijn van de fracties nu schriftelijk te laten verlopen. De tweede termijn wordt dan online gedaan. 6 mei gaan we op die manier van start, met een eerste commissievergadering. Afgelopen week hebben we de nodige proeven gedaan waarbij we vanuit de statenzaal de begeleiding deden. De commissaris zat voor en ik was zelf de “regisseur”, uiteraard op gepaste onderlinge afstand. Dat betekent: in de gaten houden of iedereen aan bod komt en alle handen goed zichtbaar zijn die worden opgestoken door statenleden. Binnen het systeem Starleaf werken we daarbij met twee “ringen”. Een eerste ring voor de woordvoerders en een tweede ring voor de andere deelnemers. De woordvoerders nemen deel aan het debat.’

Het is een behoorlijk uitzoekwerk lijkt me.

‘De roep om het democratisch proces door te laten gaan was – begrijpelijk – groot. Er staan de komende tijd ook belangrijke onderwerpen op de agenda, die moeten behandeld worden om doorgang te kunnen vinden. Maar er komt veel bij kijken. Volgende week richten we ons op de moties, stemmingen, de interrupties en de insprekers. Het vraagt veel. Ik heb bewondering voor de griffie maar ook voor alle statenleden die deze uitdaging heel positief oppakken. Voor mijzelf: ik vind het heel bijzonder om deze periode zo mee te maken, juist ook vanuit mijn rol als vice-voorzitter.’

Hebben jullie nog overwogen om toch een deel ‘fysiek’ op te lossen, zoals je nu bij sommige gemeenten ziet?

‘We missen nu het fysieke aspect: dat je elkaar kunt zien, de lichaamstaal, het non-verbale. De statenzaal is er ook heel precies op nagemeten maar het zou toch niet honderd procent veilig zijn. Met name de mensen op de hoeken, zij komen te dicht bij anderen. Dat risico wilden we niet nemen. Als provincie hebben we een voorbeeldrol in deze. Zeker tot aan het zomerreces gaan we op deze manier vergaderen.’

Kan Drenthe straks ook weer meekijken via drentsparlement.nl?

‘We hebben ook de livestream getest en dat zag er goed uit. Wel is het in zoverre anders dat mensen levensgroot in beeld komen. Je komt echt de huiskamer in. Daar delen we dus ook tips voor uit: zorg dat het perspectief goed is. Andersom kunnen Drenten straks ook digitaal inspreken. Voor wie geen computer heeft: er worden computers neergezet in het provinciehuis die mensen voor inspraak kunnen gebruiken. Zo proberen we ook de toegankelijkheid zoveel mogelijk te waarborgen.’

[foto’s: PSDrenthe]