De Drentse ‘binnenstadstour’

Door Kees de Graaf op 18 januari 2019

Zeven kernen in één dag bezoeken, een mooie uitdaging voor het College van GS op woensdag 16 januari 2019. In juli 2016 werd na een motie van de PvdA-Statenfractie het Drentse Binnenstadsfonds ingesteld, om de vernieuwing van de grotere Drentse binnensteden een steun in de rug te geven. Gemeenten gingen aan de slag en toonden de voortgang. Gedeputeerde Cees Bijl kijkt terug op een bijzondere dag.

 

Hoe kijk je terug op de route langs zeven binnensteden?

‘HEMA en RoBeCo op één dag, dat was inderdaad pittig (Hoogeveen, Emmen, Meppel, Assen en Roden, Beilen en Coevorden, red.). Zo kun je in Drenthe toch heel wat kilometers maken. Maar het was mooi en inspirerend om te zien hoe de gemeenten aan de slag zijn gegaan met dit fonds. Als provincie hebben we 13 miljoen euro toegevoegd aan de Investeringsagenda voor Drenthe; de gemeenten en de marktpartijen investeren zelf ook een veelvoud daarvan. In totaal ligt er nu voor 80 miljoen aan programma’s in de zeven kernen. Er is volop investeringsbereidheid, zeker ook bij lokale en regionale ondernemers en eigenaren. Met ons spierinkje hebben we dus een behoorlijke kabeljauw gevangen.’

 

 

Welke invloed heeft het Binnenstadsfonds op de lokale planontwikkeling gehad?

‘Hoogeveen liep al voorop met de aanpak van het centrum maar in de andere gemeenten werd toch nog wel aangehikt tegen het “wat” en het “hoe”. Met dit fonds hebben we een duwtje in de rug gegeven en dynamiek op gang gebracht. Lastige discussies als “wie neemt het initiatief” en “wie betaalt waaraan mee” konden worden beslecht. Wij hebben als provincie gezegd: het geld is beschikbaar en u bent ook redelijk vrij in de besteding ervan. Dat zien we ook terug in de plannen. Gemeenten zijn op zoek gegaan met hun partners naar de eigenheid van hun binnensteden en baseren daarop hun plannen. Algemene insteek is het compacter en aantrekkelijker maken van de kernwinkelgebieden maar we zien allerlei ingrepen: wonen toevoegen, openbare ruimte verbeteren, vergroening.’

Wat kunnen andere kernen en gemeenten aan deze aanpak hebben?

‘De uitdaging van aantrekkelijke kernen speelt op meer plekken. De provincie helpt daarin mee, met het Herstructureringsfonds en de Volkshuisvestingsimpuls. Er liggen dus instrumenten om de gemeenten te helpen, zij zijn in eerste instantie aan zet. Wij nemen als College de vernieuwing van de binnensteden mee in ons overgangsdossier naar de nieuwe bestuursperiode. Wanneer Provinciale Staten dan zeggen: “wij willen hiermee door”, dan moet daar opnieuw naar worden gekeken. De PvdA vindt dit in ieder geval belangrijk. Sterke steden, vitaal platteland: daar gaan wij voor. Ook de komende periode zullen er vragen onze kant op komen, laten we kijken hoe we daar dan opnieuw een provinciale “plus” op kunnen zetten.’